Einde aan ‘slapend dienstverband’

Smit en Smit Advocaten

De Hoge Raad heeft in november jl. antwoord gegeven op prejudiciële vragen van de rechtbank Limburg over de toelaatbaarheid van ‘slapende dienstverbanden’. Dat is een dienstverband waarbij een langdurig arbeidsongeschikte werknemer thuis zit en geen loon meer krijgt. De werkgever houdt deze werknemer toch in dienst en hoeft daardoor de wettelijke transitievergoeding niet te betalen.

De wettelijke transitievergoeding is de ontslagvergoeding waarop een werknemer recht heeft als hij ontslagen wordt na een dienstverband van twee jaar of langer.

Wat speelde er?

Een werknemer wordt door zijn werkgever in een ‘slapend dienstverband’ gehouden en ontvangt dus geen loon meer. De werknemer eist van zijn werkgever schadevergoeding, omdat de werkgever niet bereid is om het ‘slapende dienstverband’ te beëindigen, onder betaling van een transitievergoeding.

Prejudiciële vragen

Een prejudiciële vraag is een vraag van een rechtbank of gerechtshof aan de Hoge Raad over de uitleg van een rechtsregel. De rechtbank Limburg heeft in een vonnis van april 2019 zo’n prejudiciële vraag gesteld, namelijk: onder welke omstandigheden moet een werkgever als ‘goed werkgever’ akkoord gaan met het voorstel van een langdurig arbeids­ongeschikte werknemer tot beëindiging van het ‘slapende dienst­verband’, onder betaling van een ransitievergoeding?

Compensatie

Advocaat-generaal Ruth de Bock gaf in haar advies aan dat een werkgever in beginsel verplicht is om op verzoek van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer een ‘slapend dienst­verband’ te beëindigen onder betaling van de wettelijke transitievergoeding. De Hoge Raad neemt dit advies over. Sinds er een wet is waarin is geregeld dat werkgevers door het UWV worden gecompenseerd voor betaling van de transitievergoeding aan een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, gaat het argument dat een werkgever op hoge kosten wordt gejaagd niet meer op. Bovendien is duidelijk dat de wetgever af wil van de ‘slapende dienstverbanden’. Op grond daarvan brengt de eis van ‘goed werkgeverschap’ mee dat een werkgever een werknemer niet in een ‘slapend dienstverband’ mag houden om de betaling van de transitievergoeding te ontlopen. Op de werkgever rust dus de verplichting om, op verzoek van de arbeidsongeschikte werknemer, het ‘slapende dienstverband’ te beëindigen en de wettelijke transitievergoeding te betalen.

Uitzonderingen zijn mogelijk als de werkgever gerechtvaardigde belangen heeft om de arbeidsongeschikte werknemer toch in dienst te houden, bijvoorbeeld als er een reëel uitzicht is op re-integratie.

Hoe nu verder?

De rechtbank Limburg zal de zaak nu voortzetten en in haar uitspraak rekening houden met de antwoorden van de Hoge Raad. Ook andere rechters die in vergelijkbare zaken moeten beslissen, zullen de antwoorden van de Hoge Raad erbij betrekken.

Logo Smit en smit advocaten_Klein

Smit en Smit Advocaten
Bezoekadres: Prins Bernhardlaan 16, 1131 CH Volendam
Postadres: Postbus 108, 130 AC Volendam
Mr. C.M. (Kees) Smit
Tel. +31 (0)6 20 13 86 69
Mr. J.J.M. (Jack) Smit
Tel. +31 (0)6 20 14 24 49
www.smitensmitadvocaten.nl
info@smitensmitadvocaten.nl

 

Dossiers
Lees ook
Transitievergoeding

Transitievergoeding

Het uitgangspunt in de wet is dat iedere werknemer waarvan de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever wordt beëindigd, recht heeft op een transitievergoeding. Dit geldt niet als de werknemer ‘ernstig verwijtbaar’ heeft gehandeld. De lat voor ernstige verwijtbaarheid ligt echter hoog.

Ontslag op staande voet door ‘diefstal’?

Ontslag op staande voet door ‘diefstal’?

Als werkgever kunt u met een werknemer die zonder toestemming geld of goederen van u steelt worden geconfronteerd. De vraag is dan of u de betreffende werknemer op staande voet mag ontslaan.

Aansprakelijkheid van de werkgever strekt ver

Aansprakelijkheid van de werkgever strekt ver

Een werkgever dient zich als ‘een goed werkgever’ te gedragen tegenover zijn werknemers om aansprakelijkheid te voorkomen. Dit begrip is op zichzelf niet heel duidelijk omschreven in de wet, maar in de rechtspraak is er veel over geschreven.